Hoe een simpele jongen via de zorg een uitgeverij voor ouderen en moeilijk lerenden begon…
Ik ben nu op een leeftijd waarbij je zo af en toe stilstaat bij het verleden én de toekomst. Normaal
gesproken zou ik al de pensioenleeftijd hebben bereikt, maar dat heeft de overheid een paar jaar
verschoven. Niet dat me dat nu zoveel uitmaakt, ik vind mijn werk veel te leuk om er mee te stoppen
en de behoefte vanuit het werkveld aan mijn educatieve producten is ook nog steeds groot.
Als je meeleest neem ik je mee op een reis door mijn leven. Wie ik ben, waar ik voor sta en hoe ik
werd gevormd door omstandigheden, spelingen van het lot en zo uiteindelijk vai een zorginstelling
een uitgeverij voor moeilijk lerenden en ouderen begon.
Als introvert kind was ik een onverzadigbare lezer die op de lagere school steeds moest
verantwoorden dat ik de geleende boeken ook echt zo snel had gelezen (anders kreeg ik geen
nieuwe mee). Ik zag lang geleden een bibliotheekbaan als een levensinvulling. Mijn levenspad liep
echter anders.
Ik was niet alleen een lezer, maar ook een werker. We hadden het thuis niet breed, dus al op de
lagere school werkte ik bij een boer, een tuinder en later bij een oom. Ik hielp ik mijn vader in de
moestuin en ging ik in de zomervakantie weleens als kind mee met het werk van mijn vader. Stond ik
metershoog op het dak van een kippenschuur te helpen. Toen kon dat nog allemaal als kind.
In mijn pubertijd kwam mijn oudere broer in de problemen waar mijn ouders heel verschillend op
reageerden. Op een of andere manier werd ik op die jonge leeftijd thuis een soort crisismanager.
Geen baan die ik zocht of ambieerde, het gebeurde gewoon.
Gevolg was wel dat mijn aandachtsveld werd verlegd van boeken naar welzijn. Dat werd versterkt
door het feit dat ik een van de laatste generaties was die nog de militaire dienstplicht moest
vervullen. In eerste instantie nog een mooie avontuurlijke vlucht uit huis, maar al snel paste de harde
gestructureerde legermentaliteit niet meer bij de thuiscursussen filosofie en milieubeheer die ik al
eerder had gevolgd.
De respectloze manier waarop er door ‘de leiding’ met het jonge soldatenvolk werd omgegaan stond
me erg tegen. Evenals de harde cijfers die bestaan over gewonden en doden in geval van oorlog.
Jazeker, in mijn werk als schrijver op een legerhoofdkantoor kreeg ik lijsten onder ogen hoeveel
slachtoffers in een oorlog op de eerste dag, de eerste week, enzovoort mogen vallen. Je wilt het niet
weten. Ik moest trouwens ook de brieven uittypen en van een rode wasstempel voorzien die de
legerleiding aan de Koninklijke familie schreef. Ook interessant!
Door de dienstplicht kwam ik in de vredesbeweging terecht en vandaar in de milieubeweging. Ik
werkte mee aan het ontwikkelen van cursusboeken, gaf milieucursussen aan kinderen en liep mee
met de grote demonstraties tegen kernwapens in Nederland (die ik in mijn dienstplicht nog had
bewaakt) en kerncentrales.
Ondertussen was de bibliotheekbaan geheel uit mijn gedachten verdwenen. Ik maakte na mijn
dienstplicht nog een studie-uitstapje naar de Hogere bosbouwschool, maar werd daar door mijn
kritische milieubewuste houding niet aangenomen. Het werd vervolgens de Sociale Academie in
Arnhem.
Wat me daar opviel was dat er veel studenten waren die vanuit ingewikkelde thuissituaties, zoals ik,
daar terecht waren gekomen. Een deel daarvan had naar mijn mening meer dan alleen onderwijs
nodig, waardoor ze in de eerste twee schooljaren meedreven in onderwijsstroom en in het
daaropvolgende stagejaar onherroepelijk vastliepen.
Ook ik had inmiddels wel gemerkt dat de gezinssituatie waar ik uit voortkwam me met allerlei ongein
had beladen. School was echter voor mij een reddingsboei, omdat het aansloot bij mijn brede
algemene interesse én omdat ik op kamers ging wonen.
In mijn stagejaar kwam ik toevallig terecht bij een zorginstelling in plaats van de gewenste
stageplaats bij een onderwijsinstelling. Daar was men toevallig net bezig met het opzetten van een
school voor mensen met een verstandelijke beperking. Een van allereerste in Nederland.
De bedoeling was dat we de bestaande kennis en vaardigheden van de doelgroep op peil hielden en
hen nieuwe dingen leerden die ze in de instelling en maatschappij nodig hadden.
Wordt vervolgd…